Lees jou gunsteling-tydskrifte en -koerante nou alles op een plek teen slegs R99 p.m. Word 'n intekenaar
Aktueel
Een handvol veren

Die Afrikaanse skrywer en digter Antjie Krog het Donderdagaand die eerste nie-Nederlandstalige geword wat die gesogte Gouden Ganzenveer by die Academie De Gouden Ganzenveer in Amsterdam ontvang. Hier volg haar bedankingswoord op die aand in sy volledige Nederlands.

Antjie Krog met haar Gouden Ganzenveer. Foto: Rudolf Stehle

Mevrouw Gerdi Verbeet, Mevrouw Gemma Nefkens en andere Germaans-gevederden.

Er bestaan twee bijzondere Nederlandse uitdrukkingen met het woord veer erin: iemand een veer in zijn kont steken en iemand een veer op de hoed zetten. Ik dank u voor de onverwachte gouden veer op de hoed, maar sta graag een ogenblik stil bij de mogelijkheden van een veer in de kont. Los van de genitale verwarring rond de Afrikaanse en de Nederlandse kont, betekent iemand een veer in de kont steken: iemand (overdreven) prijzen om er zodoende later baat bij te hebben.

Het Afrikaans, Nederlands en Vlaams zijn vogels van eendere, maar tegelijkertijd zeer uiteenlopende, veren.

Het Afrikaans, Nederlands en Vlaams zijn vogels van eendere, maar tegelijkertijd zeer uiteenlopende, veren: veren wapperend op het land, veren zwierend in het water, veren klievend door verschuivende ruimten; donsveren, vleugelveren, staartveren. Maar waar wij ons ook bevinden, vergeleken met verreweg de meeste wereldbewoners zijn wij (en onze talen) knus gevederd – er zijn perioden geweest waarin wij onze veren lieten hangen, maar die perioden hebben ons juist krachtiger doen ververen. Vandaag de dag echter zien wij het teken aan de wand, de tekenen van verschuiving onder ogen:

Dit word stil aan tafel. Dis asof wyn en brood

neergeslaan word uit die greep van ons hande.

Die kersvlam hang lang-wapperend en brand

en die venster spring oop met een enkele donker stoot.

Soos water woel in die nag die grond

onder die huis; ons voel hoe ’n groot

waai ons vasgryp . . .

We staan onder druk

Ónder onze drie talen schuiven tektonische platen over elkaar heen; we worden meegevoerd door Martinus Nijhoffs grote waaien. We staan onder druk. Het Engels is de zwaan geworden met de zo gewilde penveren in haar vleugels. En voor het eerst zoeken we dringend toenadering tot elkaar: als wij elkaar prijzen, zelfs overdreven prijzen, zullen onze talen daar dan uiteindelijk baat bij hebben? Écht baat bij hebben?

Ik denk van wel, zolang het motief achter deze toenadering niet uitdraait op conservatieve behoudzucht, maar op progressieve bevrijding. Zoekt het Nederlands toenadering tot het Afrikaans om de kudde bijeen te houden, uit een soort-zoekt-soorthouding?

Anders gezegd, komen we nader tot elkaar door de behoefte aan een immer groter wordende, ja een zelfs wat morsige veelvuldigheid en níét wegens de hang naar een meer gezuiverde eenheid?

Of wordt toenadering gezocht omdat het Nederlands ernaar verlangt leniger te worden dankzij zijn bastaardgeschiedenis in Zuid-Afrika met haar variëteiten, haar soepelheid tot overleven, haar volle draagwijdte die alle Afrikaanstaligen omvat?

En omgekeerd, komt de recente omhelzing van het Nederlands door het Afrikaans voort uit een intens verlangen om aan een zuiver Europese stamborst te worden gedrukt, of is ze te danken aan de wil om ons de woordenschat van het progressieve denken, van Oost-Indische en Marokkaanse invloeden en van het leven als een bescheiden minderheid binnen een groter geheel eigen te maken?

Anders gezegd, komen we nader tot elkaar door de behoefte aan een immer groter wordende, ja een zelfs wat morsige veelvuldigheid en níét wegens de hang naar een meer gezuiverde eenheid?

De gouden veer van de diversiteit

Volgens de inheemse filosofie van mijn land zal dít ons afzonderlijke voortbestaan bepalen: de bereidheid ons aan te passen aan het vreemde. Het is de figuur van de vreemdeling die vraagtekens zet bij het bestaan van de collectieve groep en er enerzijds een bedreiging voor vormt, maar anderzijds tegelijkertijd de mogelijkheid biedt om het collectief van zichzelf te bevrijden en het in staat stelt zich te hervinden.

De ironie wil dat het /Xam onder druk van Afrikaans/Nederlands in de negentiende eeuw is gesneuveld.

De optredens van vanavond zijn op de leest van deze gedachte geschoeid: de talen die u gaat horen of zien staan alle onder druk: het Afrikaans, Vlaams, Nederlands en Duits, en een taal die is uitgestorven: het /Xam.

De ironie wil dat het /Xam onder druk van Afrikaans/Nederlands in de negentiende eeuw is gesneuveld. Wanneer u het /Xam hoort, vergeet dan niet dat de klanken in deze taal met grote zorg en door wetenschappelijk onderzoek door kenners van de talen van de “Bosjesmannen” op basis van vermoedens zijn gereconstrueerd.

Dan wil ik nu graag een paar mensen bedanken:

* Robert Dorsman, die mij vlak na de vrijlating van Nelson Mandela in mijn klas in een godverlaten township op het platteland kwam opzoeken en mijn gedichten begon te vertalen;

* Joost Nijsen, die met onvermoeibare doch gloeiende geestdrift mijn werk blijft uitgeven;

* de lezers van poëzie . . . dat je in een tijd als deze als mens waarachtig uitkomt bij de kern van andermans hart mag een mirakel heten. Poëzielezers, en wat zijn dichters anders dan dat, zijn mensen die onverdroten doorgaan met het inkaderen van hun beleving van het bestaan, die te verdiepen door middel van intense taal. Overal ter wereld komen we elkaar tegen; we herkennen elkaar: verslaafd als we zijn aan taalversnellers.

* mijn man John – die, terwijl ik mij onledig houdt met een handvol veren, als de voorste sneeuwgans steevast koers houdt in de V-formatie – tot overleving van onze relatie en ons gezin;

* tot slot: een welgemeend dank u aan de Academie, die ons allemaal aan het denken heeft gezet – ik hoop dat onze taalfamilie uiteindelijk baat zal hebben bij de gouden veer van de diversiteit.

Er zullen moeilijke dagen en moeilijke tijden zijn

en nachten vol einden die eindeloos voelen

waarin we wanhopig zullen huilen met onze armen op de tafel

en het leven van een taal aan een draadje hangt.

En toch kan ik horen hoe jij door de stad loopt.

En brieven zullen worden geschreven en verscheurd

verloren confrontaties en uitgeputte strijders

zinloze dreigementen en lege pleidooien

bewegingloze uren onder een wrede zon

er zal een opgeven zijn dat ons stom achtervolgt

wat steeds dichterbij komt, wat ons in het gezicht staart

maar dan horen we jouw geluid dat zo trillend schoon is,

je voetstappen zo langzaam en broos

je houdt herinneringen stijf vast in je vocalen

hoe kan jouw toekomst alleen in onze afgekapte handen liggen?

Of zing jij al bevrijd in de stralenkransen van gemarginaliseerde tongen?

Er zal verlies zijn, dat weet je,

er zal verdriet zijn in de laatste dagen

en velen zullen weten dat ze zijn wat ze zijn

omdat jij de morgenstond in hun mond was

er zal berouw zijn en wie weet een heel diepe slaap

ik wend me nu naar je toe, naar jou die het waagde mijn tong lief te hebben

kom samen met mij, – laten we vanaf hier één spoor volgen

(zeer vrij (verdraaid uit) naar Michel Houellebecq)

Meer oor:  Antjie Krog  |  Afrikaans
MyStem: Het jy meer op die hart?

Stuur jou mening van 300 woorde of minder na MyStem@netwerk24.com en ons sal dit vir publikasie oorweeg. Onthou om jou naam en van, ‘n kop-en-skouers foto en jou dorp of stad in te sluit.

Ons kommentaarbeleid

Netwerk24 ondersteun ‘n intelligente, oop gesprek en waardeer sinvolle bydraes deur ons lesers. Lewer hier kommentaar wat relevant is tot die onderwerp van die artikel. Jou mening is vir ons belangrik en kan verdere menings of ondersoeke stimuleer. Geldige kritiek en meningsverskille is aanvaarbaar, maar hierdie is nie ‘n platform vir haatspraak of persoonlike aanvalle nie. Kommentaar wat irrelevant, onnodig aggressief of beledigend is, sal verwyder word. Lees ons volledige kommentaarbeleid hier

Stemme

Hallo, jy moet ingeteken wees of registreer om artikels te lees.